De Duitse tekst

Deze Duitse spreuk in gotisch schrift is een overblijfsel uit de Tweede Wereldoorlog en kwam tijdens renovatiewerkzaamheden tevoorschijn.

Lees meer ↓

De Duitse tekst

Deze Duitse spreuk in gotisch schrift is een overblijfsel uit de Tweede Wereldoorlog en kwam tijdens renovatiewerkzaamheden tevoorschijn.

In de voormalige kaartenzaal van de bibliotheek, die nu als klaslokaal gebruikt wordt, vind je een Duitse spreuk in gotische letters op de zijkant van een dragende steunbalk. Te lezen staat:

‘Recht, Ordnung, Sitte und Tucht sind Lebensgrund deutschens Wesens. Feuer ist das Schöpferische und teugende, des ewige Wandel’.
(‘Recht, orde, zeden en tucht vormen de grondslag van de Duitse inborst. Vuur is de kracht van schepping en vernieuwing; de eeuwige verandering.’)

Beter bekend als ‘De Duitse tekst’ in het Koloniaal Instituut, kwam het schrift tijdens renovatiewerkzaamheden tevoorschijn. Het vormt binnen het gebouw het enige, zichtbare overblijfsel van de bezetterstijd in de Tweede Wereldoorlog. Andere sporen uit die periode — schilderingen zoals adelaars, bierpullen en in de muren gekraste hakenkruizen — zijn sindsdien overgeschilderd of weggehaald.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) werd Nederland door de Duitsers bezet. Duitsland werd geregeerd door een totalitaire dictatuur onder leiding van Adolf Hitler en zijn Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP). Zijn aanhangers (‘nazi’s’) wilden Nederland inlijven in hun “Groot-Germaanse Rijk” en de samenleving naar nazi-regels omvormen. De tekst met zijn gotische letters volgt de ideologie die sinds de jaren ’30 heerste: het Duitse (Arische) ‘ras’ was superieur ten op zichte van andere en niet-arische rassen en moest beschermd worden tegen vreemde invloeden. Dit gedachtegoed was extreem-nationalistisch en leidde tot de verovering en bezetting van grote delen van Europa en tot antisemitisme dat eindigde in de Holocaust, de systematische vervolging en massavernietiging van zes miljoen Joodse mensen. Ook politieke tegenstanders, Jehova’s getuigen, mensen met een fysieke beperking, homoseksuelen, Slavische bevolkingsgroepen, Roma en Sinti werden gezien als ‘inferieur’ en in grote getalen vervolgd en vermoord.

Na de inval veranderde het dagelijks leven in Nederland in die jaren ingrijpend: er was schaarste aan voedsel en goederen, de vrijheid van meningsuiting werd onderdrukt, en veel mensen leefden in angst. Tegelijkertijd was er ook verzet: stakingen, het drukken van illegale kranten tot het helpen onderduiken van mensen. De Joodse bevolking werd vervolgd en zwaar getroffen: meer dan 100.000 Joden uit Nederland werden gedeporteerd en vermoord in concentratiekampen. In de laatste oorlogswinter, bekend als de Hongerwinter (1944–1945), stierven duizenden Nederlanders door voedseltekorten. De bevrijding kwam in mei 1945 door de geallieerde troepen uit Groot-Brittannië, Canada, de Verenigde Staten en Polen.

De Duitse tekst is een overblijfsel uit de periode waarin een groot deel van het gebouw van het Koloniaal Instituut ingenomen en gebruikt werd door de Duitse politiemacht. Op 15 mei 1940 trokken Duitse troepen de stad Amsterdam binnen. De bezetter beweerde in het begin dat alles bij het oude blijft, maar al snel werden de gemeentelijke diensten ingeschakeld om mee te werken aan de onderdrukking en vervolging. Het Koloniaal Instituut werd gedwongen onderdak te bieden aan de ‘Ordnungspolizei’ (Orde Politie), ook wel de ‘Grüne Polizei’ (Groene Politie) genoemd vanwege hun groene uniformen. De bataljons namen grotendeels het gebouw over: de bouwdelen aan Mauritskade 63 inclusief de hoofdingang en de Marmeren Hal werden ingericht als (dienst)kantoren, praktijkkamers voor medische en tandheelkundige zorg, en opslagruimtes. De rijk-gedecoreerde kamers van het Algemeen Secretariaat, de Raadszaal, de Bestuurskamer en de Voorzitterskamer moesten worden ontruimd. Delen van de instituutsbibliotheek moesten plots moesten verhuizen en werden ondergebracht bij de afdeling Volkenkunde. Waardevolle stukken uit de museumcollectie waren al in het depot geplaatst. De Aula (nu Maxima-zaal) werd voor eigen politieke bijeenkomsten en vertoningen ingezet.  Eind 1940 diende het nieuwe hoofdkwartier ook als kazerne, gevangenis en later zelfs als gerechtszaal.

In hun functie verrichtten de ‘Ordnungspolizei’ gewone politietaken, zoals het regelen van verkeer en handhaving, maar dat escaleerde tijdens de oorlog tot onderdrukking en vervolging. Ondanks de bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog zette het Koloniaal Instituut tijdens de eerste oorlogsjaren in beperkte vorm activiteiten voort zoals het maken van tentoonstellingen, filmvertoningen, om uiteindelijk in 1944 alle werkzaamheden te staken.

Ondanks de aanwezigheid van de Duitse bataljons, bood het instituut ook huis aan de toen zogenaamde illegale activiteiten; in het gebouw werden radio’s verborgen, anti-Duitse pamfletten gedrukt en verspreid, en vonden een enkele mensen tijdelijk een onderduik- of werkplaats. Het instituut bleef in het eerste jaar na de bevrijding als kazerne dienen; nu verbleven Canadese troepen in het gebouw. Later, in 1964, keurde de Raad van Bestuur een grootschalig renovatieplan goed om de ravage die het gebouw werd aangedaan, te herstellen.

Bronnen:

  • Frank, D. Cultuur onder vuur: Het Tropeninstituut in oorlogstijd. KIT Publishers, 2012.
  • Woudsma, J. An Amsterdam Landmark. KIT Royal Tropical Institute, Amsterdam. 2018.
  • www.noid.nl
  • www.annefrankstichting.nl

.